Van de vroege blik naar de hedendaagse blik, en de ruimte ertussen: Het fotografisch verleden in België herbekeken
De geschiedenis van de fotografie in België ontvouwt zich tussen wat verloren is gegaan en wat bewaard is gebleven. Dit artikel reflecteert op hoe de vroege fotografie in België werd herinnerd, verwaarloosd en herontdekt.
Dit artikel is gebaseerd op een presentatie van expert en fotohistoricus Steven F. Joseph gegeven tijdens het Symposium: An Ethical Gaze on What Remains. Hij maakt duidelijk hoe wat uit het verleden overblijft, bepaalt hoe we de geschiedenis vandaag begrijpen.
Een historiografisch vacuüm
In 1939 werd wereldwijd de 100ste verjaardag van de fotografie gevierd met talrijke expo’s, publicaties en evenementen. Ook in België vond een academisch evenement plaats in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel. De focus lag daarbij op de wetenschappelijke en industriële ontwikkelingen van de fotografie. Opvallend genoeg kwamen fotografen zelf niet voor in het officiële verslag. België lijkt in dat opzicht uitzonderlijk, gekenmerkt door een historiografisch vacuüm: de geschiedenis van de fotografie kreeg er lange tijd nauwelijks aandacht in historisch onderzoek. Dit hing samen met de beperkte erkenning van fotografie als culturele praktijk in die periode.
Frères Ghémar, Zelfportret van Louis Ghemar aan een piano, Collectie Fotomuseum Antwerpen
Boute (Frères), Interieur van de daglichtstudio Boute, Gent, circa 1900, Collectie Fotomuseum Antwerpen
Fotografen werden niet alleen over het hoofd gezien, maar kregen ook nauwelijks een plaats binnen institutionele narratieven en hadden daarbinnen weinig vertegenwoordigers. Hoewel er wel historisch onderzoek en collecties bestonden, bleven die grotendeels onbekend en weinig bestudeerd.
Verlies en verwaarlozing
Dat gebrek aan aandacht voor de geschiedenis van de fotografie had ook heel tastbare gevolgen. Fotografisch erfgoed ging verloren of werd vernietigd. Tijdens de Duitse invasie in België in 1940 werden belangrijke collecties verspreid om ze te beschermen. Helaas werden deze collecties, zelfs na het einde van de oorlog, nooit volledig hersteld. Een ander anekdotisch voorbeeld dateert uit 1950. Een doos met vroege daguerreotypieën werd achtergelaten in een museumgang. Deze doos bevatte mogelijk enkele van de eerste foto’s die in Brussel werden gemaakt, maar werd per ongeluk weggegooid door het schoonmaakpersoneel.
Dergelijke verhalen tonen hoe gemakkelijk fotografisch erfgoed kon verdwijnen. Niet alleen door oorlog of tijd, maar ook door een gebrek aan besef van de waarde ervan. Zelfs foto’s van bekende historische figuren en pioniers gingen gemakkelijk verloren. Dat maakt duidelijk hoe kwetsbaar de fotografische sporen zijn van mensen die niet behoorden tot de hogere klasse. Veel van die beelden en verhalen werden nooit bewaard.
Anoniem, De ruïnes van het kasteel van Falaise, 1840 - 1845, Collectie Fotomuseum Antwerpen
Fragiele herontdekking
Tegen het einde van de 20ste eeuw begon de houding tegenover fotografie langzaam te veranderen. Fotografie werd niet meer enkel gezien als een document, maar ook als een object dat het waard was om bewaard en bestudeerd te worden. Deze verschuiving maakte deel uit van een bredere hernieuwde interesse in fotografie als cultureel erfgoed en verzamelobject.
In 1970 organiseerde het Sterckshofmuseum in Deurne de expo De Fotokunst in België 1839–1940. De expo bracht 350 werken samen van verschillende bruikleengevers en vormde een belangrijke poging om de Belgische fotografische geschiedenis opnieuw samen te brengen.
Toch bleven er zaken verloren gaan. Sommige vroege foto’s die in de expo werden getoond, keerden later terug naar hun instellingen en verdwenen daarna opnieuw. Wat werd teruggevonden, bleef dus niet noodzakelijk bewaard.
De vroege fotografie herbekeken
Met een nieuwe ingesteldheid wierp de expo Early Gaze: Ongeziene fotografie uit de 19e eeuw in FOMU, een frisse blik op het ontstaan en de ontwikkeling van fotografie in het 19de-eeuwse België. De expo vertrekt niet enkel vanuit fotografie als technologische innovatie, maar toont hoe de camera al snel een krachtig instrument werd om identiteiten vorm te geven, de samenleving te documenteren en machtsstructuren te versterken.