Essay: Voorbij de universele queer
Bestaat er zoiets als dé queer persoon, universeel en uniform? Het internet wil graag doen geloven van wel. In 2025 gingen memes en TikTok-video's over non-binaire barista's viraal. Internetgebruikers stelden dat de beste koffie wordt gezet door iemand met blauw haar, piercings en een androgyne uitstraling: uiterlijke kenmerken die ze bestempelen als queer.
‘Queer’ verwijst naar lesbische, homoseksuele, biseksuele, trans, non-binaire, aseksuele en andere mensen die zich niet houden aan heteronormatieve standaarden. De overkoepelende term werd vanaf de jaren 1980 op grote schaal omarmd door LHBT-gemeenschappen op Turtle Island (de VS en Canada).
Het begrip omvat zowel seksuele als genderidentiteiten, en wordt daarom vaak als inclusiever beschouwd dan het acroniem LHBT, omdat het ruimte laat voor vloeibaarheid in plaats van vaste categorieën. Inmiddels is de term buiten zijn oorspronkelijke context verspreid en wereldwijd in gebruik geraakt, met overal lokale varianten. Zo werden kweer in het Turks, en کوئیر in het Arabisch en Farsi opgenomen in lokale vocabularia om het queer leven in de SWANA-regio te benoemen (Zuidwest-Azië en Noord-Afrika).
Naarmate sociale, politieke en seksuele landschappen veranderen en ons begrip van queer geschiedenis groeit, verschuift ook de taal: termen worden geïntroduceerd, herwerkt en aangepast aan nieuwe hedendaagse contexten. Wat echter een natuurlijke evolutie of trend lijkt, is een zoveelste export van het Amerikaanse imperium.
De Amerikaanse invasies en militaire inmenging in de SWANA-regio en elders, gesteund door Europese bondgenoten, gaan hand in hand met de onbeperkte verspreiding van westerse cultuur. Imperialisme draait niet alleen om het vernietigen van bestaande landen en culturen, maar om het invoeren van westerse producten, gewoonten en ideeën om nieuwe neoliberale markten te creëren voor winst en controle (Naomi Klein, 2007).
Technieken van bestuur, representatie, seksuele regulering en moraliteit maken evenzeer deel uit van het imperiale netwerk als koloniale bureaucraten. Trouw aan zijn mission civilisatrice heeft het westerse imperium zijn discours geëxporteerd over hoe ‘afwijkende’ seksualiteiten benoemd en beleefd moeten worden, voor herkenbaarheid en als instrument van overheersing.
Het internet versterkt deze ontwikkeling van een monocultuur. Het gaf dan wel veel queer personen toegang tot gemeenschappen en hulpmiddelen waar eerdere generaties alleen van konden dromen. Maar de toenemende centralisatie van het voorbije decennium vormt een groot gevaar. De drie Amerikaanse social media-apps hebben onze aandachtspannes gemonopoliseerd, algoritmes reiken ons cultuur aan in plaats van dat wij ernaar op zoek gaan. Zo zijn onze referentiekaders versmald en sterk mainstream geworden, met een intensiteit waar traditionele media alleen maar jaloers op kunnen zijn. Hoewel queerness net ruimte wil maken voor fluïde identiteiten, heeft de online verbeelding er een karikatuur van gemaakt: de non-binaire, blauwharige barista, afgeplat voor herkenbaarheid en likes.
In hun tekst ‘Queer theory and permanent war’ (2016) stellen de academici Jasbir Puar en Maya Mikdashi het ogenschijnlijk ‘vanzelfsprekende’ idee ter discussie dat queerness iets westers is: "Wat moet het queer lichaam doen of zijn om als zodanig erkend te worden, en door wie? Willen we deze erkenning, en zo ja, hoe en voor welke doeleinden?". Misschien moeten we niet alleen het vocabulaire in vraag stellen, maar ook de manier waarop queer seksualiteit zelf wordt erkend, gecatalogiseerd en getheoretiseerd.
In The Queer Arab Glossary (2024) stelt redacteur Marwan Kaabour: "[...] De manier waarop queerness in de loop der tijd gevormd is, en de manier waarop het binnen verschillende regio's in de wereld bestaat, heeft historisch gezien veel verschillende wegen genomen die soms uiteenlopen. Er zit rijkdom in die divergentie waar naar gekeken moet worden."
Gender- en seksuele identiteiten zijn veel diverser en complexer dan haarkleur, kledingstijl of symbolen zoals de regenboogvlag. Queerness is misschien niet de blauwharige barista, de polyamoreuze stedeling of de technoliefhebber die zijn vasten breekt in Berghain.
Wat kan de SWANA-regio ons dan leren over queerness? Dat het veel verder reikt dan heteroseksuele liefde of transitie alleen. Dat queerness wordt beoefend en gevoeld, geleefd en betreurd, naast verzet tegen bezetting, militaire onderdrukking, checkpoints, grenzen en vernietiging van land. Dat het onvermijdelijk beïnvloed is door het imperium, maar tegelijkertijd – juist door zijn fluïditeit die zich moeilijk door macht laat disciplineren – (overlevings)tactieken in zich draagt om datzelfde imperium te weerstaan.
Queer mensen zien er niet overal hetzelfde uit. We consumeren alleen allemaal dezelfde content.
Bronnen
- Puar, J. and Mikdashi, M. (2016). ‘Queer theory and permanent war’, GLQ: A Journal of Lesbian and Gay Studies, 22(2), pp. 215-222
- Klein, N. (2007). The shock doctrine. London: Penguin books.
- Kaabour, M. (ed.) (2024). The queer Arab glossary. London: Saqi books.