FOMU FR

Hoe complexe kunstwerken beheren? 

04:20 février 2026

De voorbije jaren verwierf FOMU hedendaagse kunstwerken die de grenzen van klassieke fotografie overschrijden. Het gaat om complexe fotowerken. Ze bevatten elementen van performance of conceptuele kunst, installatiekunst en digitale cultuur. Deze hedendaagse kunstwerken stellen nieuwe eisen aan kennisbeheer en preservering binnen de museumcollectie. 

FOMU onderzocht in 2024–2025 hoe zulke niet-klassieke fotowerken duurzaam kunnen worden beheerd. Dit artikel deelt inzichten uit dat traject met concrete tools voor erfgoedwerkers. 

 
Voorgeschiedenis 


Sinds 2022 wordt fotografie door Vlaanderen erkend als een volwaardig medium binnen de hedendaagse kunsten. Tijdens het traject rond het beschrijvingsmodel voor hedendaagse kunst (M HKA, 2022–2024), onderzocht FOMU hoe een aantal atypische werken duurzaam kunnen worden geregistreerd, gedocumenteerd en ontsloten. Een invulboek op CEST werd gepubliceerd. Vervolgens besliste FOMU om daarnaast ook een verbeterde intakeprocedure en een kennisbeheersysteem te ontwikkelen om de complexe, niet-klassieke fotowerken in de FOMU-collectie te verzorgen.  

 

Casussen als leertraject 


FOMU selecteerde vijf casussen, elk met hun eigen problematiek en complexiteit. De casussen komen uit de collectie van FOMU, M HKA, Stedelijk Museum Amsterdam en één in eigen beheer van een kunstenaar. Elk werk belicht een ander aspect, gebaseerd op de Guggenheim Variables en variabelen uit het beschrijvingsmodel hedendaagse kunst: plaats-afhankelijkheid, digitale aspecten, interactiviteit, performativiteit en de kwantitatieve variabele. De casussen werden geselecteerd in overleg met partners LI-MA, SBMK, meemoo en M HKA.

  • David Claerbout – ‘KING (after Alfred Wertheimer’s 1956 picture of a young man named Elvis Presley)’: een video-installatie die enkel mag worden getoond onder strikte installatievoorwaarden, vastgelegd in een aankoopovereenkomst. Claerbout beschouwt zijn werk als een ‘partituur’, waarbij de technische componenten ondergeschikt zijn aan het concept. Dit roept vragen op over wat precies moet worden bewaard: de hardware, de software, of het idee? Verschillende videowerken van David Claerbout uit de collectie van FOMU en M HKA werden tegen het licht gehouden.  
  • Zanele Muholi – ‘Phaphama at Cassilhaus’: een digitaal zelfportret dat telkens opnieuw wordt geproduceerd als fotobehang. De fysieke vorm is tijdelijk en plaatsgebonden, terwijl het digitale bestand centraal staat. De printinstructies zijn strikt, en slechts twee prints mogen tegelijk in omloop zijn. Hoe documenteer je een werk dat telkens opnieuw ontstaat?
  • Dries Depoorter & Max Pinckers – ‘Trophy Camera’: een interactieve installatie waarbij bezoekers foto’s maken die op een externe website verschijnen. De software is instabiel en vereist na elke tentoonstelling een controle door de kunstenaar. Dit werk toont hoe afhankelijk musea kunnen zijn van externe expertise voor conservering.
  • Rosa Menkman – ‘A Vernacular of File Formats’: een levend digitaal archief dat groeit naarmate nieuwe bestandsformaten ontstaan. Het Stedelijk Museum Amsterdam verwierf een ‘freeze’ van het werk, maar de kunstenaar blijft het uitbreiden. Hoe ga je om met een werk dat zich blijft ontwikkelen buiten het museum?
  • David Helbich – ‘Belgian Solutions’: een performatieve social media stream waarbij gebruikers zelf bijdragen leveren, gecureerd door de kunstenaar als moderator. Het werk bestaat uit foto’s, commentaren en een mindset. Wat verwerft een museum in dit geval: de beelden, het script, of de performatieve handeling of een combinatie hiervan? En hoe moet hier dan voor worden gezorgd?

Deze casussen brachten uiteenlopende variabelen aan het licht: digitaal, plaatsafhankelijk, kwantitatief, interactief en performatief. Ze vormden de basis voor het ontwikkelen van een intakeprocedure en een datamodel dat deze complexiteit aankan.  
 


Intakeprocedure en kunstenaarsinterviews 
De idee is dat de intakeprocedure voor atypische fotowerken anders verloopt. Voor musea met hedendaagse kunst is het afnemen van kunstenaarsinterviews vaker ingebed in de werking. Bij dit onderzoek gaat FOMU echter nog een stap verder. Een centrale innovatie binnen de verwervingsprocedure is het verankeren van het kunstenaarsinterview binnen de SPECTRUM-stappen. In de aankoopovereenkomst wordt het kunstenaarsinterview vastgelegd: het zal plaatsvinden na de verwerving maar idealiter vóór het transport.

Na afname van het interview wordt een addendum toegevoegd aan de aankoopovereenkomst met daarin de preserveringsstrategie van het aangekochte complexe fotowerk. Een museum kan zich mogelijks maar gedurende de lopende beleidsperiode engageren voor een bepaalde manier van preservering van een atypisch fotowerk. Deze veranderlijkheden binnen de mandaten van de museumwerking worden ook gestipuleerd in dit addendum.

Het interview op zich is geen juridisch bindend document, maar een gezamenlijke zoektocht naar de essentie van het werk en de voorwaarden voor bewaring en activatie. Het interview peilt onder andere naar:

  • Significante eigenschappen:  
    Wat zijn de essentiële kenmerken die het werk definiëren? Bij ‘KING’ gaat het bijvoorbeeld om de projectieomstandigheden en de verhouding tussen beeld en ruimte. Bij ‘Belgian Solutions’ is het performatieve aspect cruciaal: het werk leeft door de blik van de fotograaf. Zowel Claerbout als Helbich vermelden bij hun interviews dat het conceptuele karakter van hun werk prioriteit kreeg: het ‘script’ of de ‘partituur’ draagt de grootste betekenis van het werk. 
     
  • Preserveringsscenario’s:  
    Wat gebeurt er als technologie veroudert of de kunstenaar niet meer beschikbaar is? Bij ‘Trophy Camera’ kan de software en hardware niet worden geconserveerd door een fotoconservator, en vervolgens is het werk zonder de kunstenaar moeilijk te activeren. Daarom wordt een preserveringsstrategie opgesteld, met mogelijke scenario’s voor het museum, zoals emulatie of documentatie van de werking. 
     
  • Gebruik en presentatie:  
    Welke voorwaarden gelden bij bruikleen of tentoonstelling? Bij Muholi’s werk mag het bestand enkel geprint worden door erkende printstudio’s en op één specifieke soort textiel, en moet het na gebruik vernietigd worden. Deze voorwaarden worden opgenomen in het preserveringsplan en gekoppeld aan de Wikibase.  

De informatie uit het interview wordt vertaald naar een preserveringsplan dat wordt gekoppeld aan de aankoopovereenkomst. Info die niet past binnen het bestaande registratiesysteem, wordt ingevoerd in de Wikibase. Dit zorgt voor transparantie, overdraagbaarheid en consistentie in het beheer.

Deze procedure omvat een stappenplan, interviewtemplate en workflow voor kennisoverdracht. Het kunstenaarsinterview speelt hierin een centrale rol: het brengt de wensen van de kunstenaar in kaart rond bewaring, activatie en het 'hiernamaals' van het werk. De interviews worden vertaald naar 'significant properties' in de Wikibase en vormen de basis voor preserveringsplannen.  

 


Wikibase en ontologie: flexibel en duurzaam kennisbeheer

FOMU ontwikkelde een Wikibase-omgeving met een eigen ontologie, gebaseerd op internationale standaarden zoals CIDOC-CRM, LRM en PREMIS. Deze omgeving laat toe om complexe werken op maat te documenteren, met koppelingen naar bestaande systemen zoals Adlib, SharePoint en Resourcespace. Belangrijk: het gaat hier om een breder kennisbeheer dan louter de registratie van atypische fotowerken. Het model in Wikibase dient als verzamelpunt, als lijm tussen de verschillende beheers- en kennissystemen die worden gebruikt door het museum.

De ontologie maakt onderscheid tussen:

  • Work / Expression / Manifestation / Item:  
    Conceptuele, immateriële en materiële gedaantes van een werk. Bij ‘Trophy Camera’ zijn er bijvoorbeeld meerdere expressies en manifestaties, afhankelijk van de softwareversie en fysieke componenten. 
     
  • Rights & Licences:  
    Auteursrechten, licenties en gebruiksvoorwaarden. Bij ‘Belgian Solutions’ is het auteurschap gedeeld tussen Helbich (het concept, eigen foto’s) en de gebruikers (gedeelde foto’s op social media), wat juridische complexiteit met zich meebrengt. 
     
  • Preservation Policies & Significant Properties:  
    Strategieën en essentiële kenmerken voor duurzame bewaring. Bij ‘A Vernacular of File Formats’ worden de glitches en codecs als significant beschouwd. 
     
  • Technical Components:  
    Hardware, software en afhankelijkheden. Bij ‘Trophy Camera’ worden alle onderdelen – van Raspberry Pi tot de website – afzonderlijk gedocumenteerd. Bij de prints van Muholi wordt het textiel van het behangpapier, de printstudio’s en de installatie-instructies ingevoerd.

Het flexibele gedeelte van de ontologie houdt in dat het model zich aanpast aan een werk en niet omgekeerd, zoals vaak het geval is bij invulboeken en registratiesystemen. De Wikibase fungeert als verzamelpunt voor alle relevante informatie (geschreven tekst, url’s, documenten, afbeeldingen, link naar de transcriptie van het interview, …), en maakt het mogelijk om via visuele queries snel inzicht te krijgen in de structuur en vereisten van een werk.

De Wikibase is publiek toegankelijk via data.fomu.be, met handleidingen, workflows en invoerinstructies. De visuele weergave van casussen via queries wordt geautomatiseerd in 2026. 
 

 
Aanbevelingen voor de sector
 
  • Integreer kunstenaarsinterviews als standaard onderdeel van het verwervingsproces van complexe kunstwerken.
  • Gebruik indien mogelijk een flexibele ontologie die immateriële concepten en materiële gedaantes onderscheidt.
  • Documenteer technische afhankelijkheden en preserveringsscenario’s expliciet.
  • Veranker kennis breed binnen het team, met gedeelde verantwoordelijkheid.
  • Werk casusgericht: laat het werk de methodiek bepalen, niet omgekeerd. 



Met dank aan: Ann Deckers (FOMU), Annelies Dalemans (FOMU), Anthe Heyninck (M HKA), Bert Lemmens, Christine Lambrechts (M HKA), David Claerbout, David Helbich, Ellen Fransen (FOMU), Ellen Vanderstraeten (FOMU), Gaby Wijers (LI-MA), Joost Dofferhof (LI-MA), Karen Archey (Stedelijk Museum Amsterdam), Lander Van Neygen (FOMU), Michiel Demaeght (FOMU), Paulien ’t Hoen (SBMK), Rosa Menkman, Sofie Meuwes (FOMU), Tamara Berghmans (FOMU), Tse-Ling Uh (Studio David Claerbout) 

Met steun van de Vlaamse Overheid 


Vidéos
& articles
 

billets